Een volledig curriculum van zeven jaar, verdeeld over zes islamitische vakgebieden.
In dit vak bestuderen studenten de fundamenten van de islamitische geloofsleer volgens de Koran, de Soennah en het begrip van de vrome voorgangers. Daarbij wordt aandacht besteed aan het versterken van het geloof, het begrijpen van de juiste methodologie en het ontwikkelen van een stevig fundament in de belangrijkste geloofszaken.
De Koran vormt de primaire bron van de islamitische wetenschappen en regelgeving. In dit vak maken studenten kennis met de verschillende Koranwetenschappen die door de eeuwen heen zijn ontwikkeld om de openbaring correct te begrijpen, interpreteren en onderwijzen.
Studenten bestuderen onder andere de principes van tafsier, de omstandigheden van openbaring, de methodologie van de grote moefassiroen en de verbanden tussen de verschillende Koranwetenschappen. Het vak helpt studenten om de Koran niet alleen te reciteren, maar ook diepgaand te begrijpen en verantwoord uit te leggen.
Al-Fiqh behandelt de praktische regelgeving van de islam, terwijl Oesoel al-Fiqh zich richt op de principes en methoden waarmee islamitische regelgeving wordt afgeleid uit de Koran en de Soennah. Samen vormen deze disciplines een essentieel fundament voor iedere student van kennis.
Studenten leren hoe islamitische oordelen tot stand komen, welke bronnen en bewijsvoering daarbij worden gebruikt en hoe geleerden door de eeuwen heen met verschillende vraagstukken zijn omgegaan. Daarnaast maken zij kennis met de verschillende fiqh-scholen en ontwikkelen zij inzicht in de wijsheid en flexibiliteit van de islamitische wetgeving.
De hadieth vormt, naast de Koran, een essentiële bron voor het begrijpen van de islam. In dit vak bestuderen studenten de uitspraken, handelingen en goedkeuringen van de Profeet ﷺ, evenals de wetenschappen die zijn ontwikkeld om overleveringen te verzamelen, beoordelen en begrijpen.
Studenten maken kennis met de belangrijkste hadiethverzamelingen, leren de methodologie van de hadiethgeleerden kennen en worden getraind in het onderzoeken van de betrouwbaarheid van overleveringen. Daarnaast vormt het memoriseren van geselecteerde ahadieth een belangrijk onderdeel van het curriculum, zodat studenten een stevige basis opbouwen in de profetische traditie.
De Koran neemt een centrale plaats in binnen de opleiding. De Koranlessen volgt de student niet per se bij OCINL zelf, maar bij een erkende moskee of stichting waar wekelijks les wordt gegeven. De nadruk ligt op het memoriseren van de Koran, dat over de jaren stapsgewijs wordt opgebouwd.
De eindtoets wordt wel centraal afgelegd bij een aangewezen korandocent(e) van de opleiding. De student wordt getoetst op de stof die voor dat jaar gepland staat (in het eerste jaar bijvoorbeeld 4 ahzaab), met aandacht voor nauwkeurigheid en beheersing.
De Arabische taal vormt de sleutel tot de islamitische wetenschappen. Arabisch wordt niet als apart vak binnen de opleiding gegeven; van de student wordt verwacht dat hij dit volgt bij een moskee of instituut met gestructureerde Arabische lessen. De nadruk ligt op begrip, lezen, schrijven en luistervaardigheid, en op de grammatica (qawaa'id).
De taalontwikkeling beperkt zich echter niet tot dit vak alleen. Omdat de lesboeken en het onderwijs in het Arabisch plaatsvindt, oefenen studenten gedurende de gehele opleiding met het lezen van Arabische teksten, het begrijpen van uitleg, het stellen van vragen en het actief deelnemen aan lessen in het Arabisch. Zo groeit de taalvaardigheid op natuurlijke wijze mee met de andere vakgebieden.